Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Bouwen en Wonen / Belastingen en WOZ / De onroerende zaakbelasting (ozb)

De onroerende zaakbelasting (ozb)

De onroerende zaakbelastingen (ozb) worden geheven van eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. Als eigenaar wordt diegene aangemerkt die op 1 januari het genot heeft krachtens bezit of beperkt recht (bijvoorbeeld erfpacht, vruchtgebruik).

De ozb wordt berekend over de vastgestelde WOZ-waarde. Deze waarde staat in principe voor een jaar (2011) vast.

De tarieven voor de ozb worden uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde.

De tarieven voor woningen en niet-woningen zijn verschillend. Van een niet-woning is sprake als de waarde van het bedrijfsgedeelte 30% of meer bedraagt van de waarde van de totale onroerende zaak. Anders geformuleerd: Voor gecombineerde woon-bedrijfspanden geldt het volgende:

  • Bedraagt het woondeel 70% of meer van de totale waarde, dan wordt het object aangemerkt als woning en geldt het woningpercentage.
  • Bedraagt het woondeel minder dan 70% van de totale waarde dan wordt het object aangemerkt als niet-woning. De ozb-percentages voor de eigenaar en gebruiker van een niet-woning zijn van toepassing. Echter van het woondeel wordt geen ozb-gebruik geheven. Bij gecombineerde woon-bedrijfspanden wordt ozb-gebruik alleen geheven van de waarde van het niet-woningdeel. De grondslag voor de aanslag ozb-gebruik is in dat geval lager dan de grondslag voor de aanslag ozb-eigenaar van dat betreffende pand.


Bovenstaande wordt verduidelijkt met onderstaande voorbeelden.
Voorbeeld 1.
Een woonwinkelpand heeft een totale WOZ-waarde van € 350.000.  De waarde van het woongedeelte bedraagt € 280.000. Dit is 80% van de totale waarde. Het pand wordt aangemerkt als een woning en voor de ozb ook aangeslagen voor het woningpercentage, ozb-eigenaar. Er wordt geen ozb-gebruik geheven.

Voorbeeld 2.
Een woonwinkelpand heeft een totale WOZ-waarde van € 350.000. De waarde van  het woongedeelte bedraagt € 175.000. Dit is 50% van de totale waarde. Het betreft een gecombineerd woon-bedrijfspand. Ozb-gebruik niet-woningen wordt alleen geheven over de waarde van de winkel, te weten € 175.000. Ozb-eigenaar niet-woningpercentage wordt geven over de totale waarde, zijnde € 350.000.

De aanslag ozb wordt in 2011 uitgedrukt in een percentages van de WOZ-waarde:
OZB eigenaar woningen - 0,0885 %
OZB eigenaar niet-woningen - 0,1227 %
OZB gebruiker niet-woningen - 0,1155 %

Tegen de vastgestelde percentages kan geen bezwaar worden gemaakt.

Tijdstipbelasting/situatie op 1 januari bepalend
De ozb is een tijdstipbelasting. Voor een aanslag ozb is de situatie op 1 januari bepalend. Wijzigingen na 1 januari hebben geen invloed op de belastingplicht voor dat jaar.

 

Een voorbeeld
U bewoont op 1 januari 2011 een koopwoning. In de loop van 2011 verkoopt u de woning en verhuist u naar een andere koop- of huurwoning. Aangezien de situatie op 1 januari bepalend is, ontvangt u voor de oude woning een aanslag ozb-eigenarenbelasting. De latere verhuizing heeft op deze aanslag geen invloed. Wel is het bij verkoop van woningen gebruikelijk dat koper en verkoper een tijdsevenredige verrekening van woninggebonden eigenaarslasten afspreken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om aanslagen ozb-eigenarenbelasting, rioolheffing en de watersysteemheffing gebouwd van het waterschap. De notaris verzorgt deze verrekening vaak bij het transport van de woning. De gemeente staat hier buiten. Voor de nieuwe woning (binnen of buiten de gemeente) wordt pas met ingang van het jaar 2012 een aanslag ozb opgelegd.

Hoe worden de ozb berekend?
De ozb is gebaseerd op de WOZ-waarde. Het tarief van de ozb is een percentage van de WOZ-waarde.

Een voorbeeld
Iemand is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde is vastgesteld op € 287.000,--. Het percentage voor de ozb 2011 is voor de eigenaar van de woning vastgesteld op 0,0885 %.

De aanslag ozb wordt als volgt berekend:     0,0885 % van € 287.000  = €  254,00

Bezwaar maken/niet eens met de aanslag ozb

Tegen de aanslag ozb kunt u binnen zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet schriftelijk bezwaar indienen bij de heffingsambtenaar van de gemeente Someren, Postbus 290, 5710 AG Someren. In het bezwaarschrift moet u, naast vermelding van uw naam, adres, aanslagnummer en handtekening gemotiveerd aangeven waartegen uw bezwaren zijn gericht. U kunt geen bezwaar maken tegen de vastgestelde percentages. Meer informatie over bezwaar en beroep kunt u vinden onder ‘Bezwaar maken/niet eens met de WOZ-waarde’.

Bezwaar indienen via de e-mail is niet mogelijk in de gemeente Someren.


Uitgelicht


Zoeken