Waardeontwikkeling van woningen,
winkels en kantoren
Bezwaar maken / niet eens met de WOZ-waarde
De Wet WOZ
De wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) geeft regels voor
de waardebepaling van on-roerende zaken. Een van de belangrijkste
uitgangspunten is dat continu vastgoedgegevens moe-ten worden
geregistreerd. Hierbij valt te denken aan informatie over
bijvoorbeeld het bouw- of renovatiejaar, indelingsgegevens en
vraag- en verkoopprijzen.
De Wet WOZ schrijft voor dat alle onroerende zaken (WOZ-objecten)
jaarlijks moeten worden gewaardeerd naar de waarde
op een bepaald tijdstip, de waardepeildatum.
Waardeontwikkeling van woningen, winkels en kantoren
De WOZ-waarde op de aanslag/beschikking van 2011 is de waarde van uw pand zoals die is vastgesteld per 1 januari 2010. Dat is een gevolg van de Wet WOZ die voorschrijft dat gemeenten op de WOZ-beschikking een waarde vermelden zoals die gold op 1 januari van één jaar eerder. Daardoor mag de gemeente geen rekening houden met in het jaar 2010 opgetreden wijzigingen van het waardeniveau. Tot 2008 is dat voor belastingplichtigen ‘voordelig’ geweest omdat de onroerend goed prijzen steeds zijn gestegen. Echter, door de kredietcrisis zijn de prijsontwikkelingen gestagneerd. Ten opzichte van 1 januari 2009 is er op de waardepeildatum 1 januari 2010 in Someren voor zowel woningen als niet-woningen een daling waarneembaar van gemiddeld 3%. De individuele waarde kan hiervan afwijken. De gemeente heeft de waarde van uw pand bepaald met behulp van marktgegevens die het waardeniveau per 1 januari 2010 weergeven. De marktgege-vens op basis waarvan de taxatie is uitgevoerd treft u aan op het WOZ-taxatieverslag. Het WOZ-taxatieverslag is op te vragen via internet
Het gebruik van de WOZ-waarde
De WOZ-waarde wordt als heffingsgrondslag gebruikt voor de
gemeentelijke onroerende zaakbelastingen (ozb) en de
watersysteemheffing gebouwd van het waterschap. Bezitters van een
eigen huis hebben ook met de vastgestelde waarde te maken bij de
berekening van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting in
Box I en in geval van een tweede woning met de
vermogensrendementsheffing in Box III. Met ingang van 2007 wordt de
WOZ-waarde gebruikt bij de vennoot-schapsbelasting. Door middel van
de “Wet werken aan winst” wordt de bodemwaarde (de maximale
afschrijvingswaarde) aan de WOZ-waarde gekoppeld. Sinds 2010 wordt
de WOZ-waarde als heffingsgrondslag gebruikt voor de waardebepaling
van de in gebruik zijnde eigen woning bij de schenk- en
erfbelasting.
Waarvoor gebruikt de gemeente de WOZ-waarde?
De gemeenten hanteren de WOZ-waarde als heffingsgrondslag voor de
onroerende zaakbelastingen. De ozb wordt geheven van eigenaren van
woningen en niet-woningen en van gebruikers van niet-woningen
(zoals bedrijven, kantoorpanden). Het aanslagbedrag voor de ozb is
gebaseerd op een percentage van de WOZ-waarde.
De ozb wordt van alle onroerende zaken geheven, behoudens enkele
verplichte vrijstellingen.
Er zijn drie soorten vrijstellingen:
- De objecten die in het kader van de
Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten zijn
vrijgesteld.
Het gaat hier bijvoorbeeld om openbare wegen, kerken en bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond (landbouwgrond). Voor deze objecten of delen van objecten hoeft geen WOZ-waarde te worden bepaald. - De objecten die volgens artikel 220 van de
Gemeentewet worden vrijgesteld.
Van deze objecten, bijvoorbeeld kassen, moet wel een waarde worden bepaald als deze van belang is voor de afnemers van de taxatiegegevens (het waterschap en de Belastingdienst). Het waterschap en de Belastingdienst baseren hun heffing namelijk op andere wetten dan de Gemeentewet. - De objecten die in de gemeentelijke
Belastingverordening worden vrijgesteld.
Deze objecten moeten altijd getaxeerd worden, omdat de waarde van belang is bij de berekening van de zogenaamde belastingcapaciteit van de gemeente.
Waarvoor gebruikt het waterschap de WOZ-waarde?
De waterschappen gebruiken de WOZ-waarde voor de heffing van de
watersysteemheffing gebouwd, die geheven wordt van eigenaren van
gebouwde onroerende zaken. Op een enkele uitzondering na
(bijvoorbeeld kassen) betreft dit dezelfde onroerende zaken als bij
de gemeentelijke ozb.
Naast de watersysteemheffing gebouwd heffen de waterschappen de
watersysteemheffing ongebouwd, met de oppervlakte als
heffingsmaatstaf. De meeste onroerende zaken die in de
watersysteemheffing ongebouwd worden betrokken, zijn vrijgesteld in
het kader van de Wet WOZ (bijvoorbeeld bedrijfsmatig geëxploiteerde
cultuurgrond en natuurterreinen). Hiervoor wordt geen WOZ-waarde
vastgesteld. Voor deze objecten wordt de oppervlakte gebruikt als
heffingsgrondslag.
Als een object gedeeltelijk gebouwd en gedeeltelijk ongebouwd is
(bijvoorbeeld boerderij met vrijgestelde landbouwgrond), geldt de
waarde van het gebouwde gedeelte voor de watersysteemheffing
gebouwd en de oppervlakte van het vrijgestelde gedeelte voor de
watersysteemheffing ongebouwd.
Waarvoor gebruikt de (Rijks)belastingdienst de
WOZ-waarde?
De Belastingdienst beschikt over alle WOZ-waarden van gemeenten. De
rijksbelastingdienst gebruikt de WOZ-waarde bij de heffing van de
inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en de erf- en
schenkbelasting.
Inkomstenbelasting
Bij de heffing van de inkomstenbelasting wordt de WOZ-waarde
gebruikt voor:
- het eigenwoningforfait,
- de vermogensrendementsheffing voor tweede woningen,
- de afschrijving van bedrijfsgebouwen.
Ondernemingen mogen bij de berekening van de belastbare winst niet
afschrijven op de boekwaarde van gebouwen wanneer deze boekwaarde
lager is of wordt dan de zogenaamde bodemwaarde. De bodemwaarde is
gekoppeld aan de WOZ-waarde. Bij de gebouwen die verhuurd worden is
de bodemwaarde gelijk aan 100% van de WOZ-waarde en bij de gebouwen
die de onderneming zelf gebruikt is de bodemwaarde 50% van de
WOZ-waarde.
Vennootschapsbelasting
Bij de heffing van de vennootschapsbelasting wordt de WOZ-waarde
eveneens gebruikt voor de afschrijving op bedrijfsgebouwen.
Erfbelasting en schenkbelasting
Met ingang van 1 januari 2010 geldt de WOZ-waarde ook voor de
erfbelasting en schenkbelasting voorzover het gaat om onroerende
zaken die in gebruik zijn als woning.
In een aantal gevallen komt het object waarvoor de WOZ-waarde is
vastgesteld niet overeen met het object dat voor de Belastingdienst
van belang is. Dit komt met name voor bij het eigenwoningforfait
bij boerderijen, woon-/winkelpanden en woningen met praktijk of
kantoor aan huis. In die gevallen is voor de rijksheffingen alleen
de waarde van het woongedeelte van belang. De waarde van het
woongedeelte kan niet (rechtstreeks) aan de WOZ-beschikking
ontleend worden, maar kan soms wel van de WOZ-waarde of het
taxatieverslag afgeleid worden.
Wat betekent de WOZ-waarde voor de
inkomstenbelasting?
Bij de aangifte inkomstenbelasting over 2010 moet u de WOZ-waarde
met ingangsdatum 1 januari 2010 invullen. Dit is de waarde die u
vorig jaar heeft ontvangen. Deze staat vermeld op het aanslagbiljet
gemeentelijke belastingen 2010.
Een eigen woning die als hoofdverblijf wordt gebruikt, wordt door
de Belastingdienst beschouwd als een "bron van inkomen"
en valt in box I van de inkomstenbelasting. Als u een eigen woning
heeft, moet u een bedrag als inkomen op uw aangifte
inkomstenbelasting aangeven, het zogenoemde eigenwoningforfait
(voorheen huurwaardeforfait). Het eigenwoningforfait is een bedrag
dat afhankelijk is van de waarde van de woning. Voor het bepalen
van de waarde van de eigen woning gaat u uit van de WOZ-waarde. Het
eigenwoningforfait van uw eigen woning berekent u door toepassing
van de onderstaande WOZ-tabel.
Voor 2010 zijn de forfaitpercentages als volgt:
|
Als de WOZ-waarde meer is dan:
|
Maar dan niet meer dan:
|
Bedraagt het forfaitpercentage: |
|---|---|---|
|
€ 75.000 € 1.010.000 |
€ 1.010.000
|
0,55%
|
Bij nieuwbouw ontvangt u in principe de WOZ-beschikking in de eerste acht weken van het jaar na oplevering. Voor de inkomstenbelasting moet u soms al eerder de waarde opgeven, bijvoorbeeld voor een voorlopige teruggave in verband met de hypotheekrenteaftrek. Als de gemeente voor uw nieuwbouwwoning nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven, moet u zelf de waarde schatten. Voor de aangifte over 2010 moet u hierbij uitgaan van de waarde die de woning op 1 januari 2009 (waardepeildatum) zou hebben gehad, voor de aangifte over 2011 is als waardepeil-datum 1 januari 2010 het uitgangspunt.
De WOZ-beschikking
Wat is een WOZ-beschikking?
De WOZ-beschikking (WOZ staat voor waardering onroerende zaken) is
een officieel document van de gemeente, waarin de waarde van een
onroerende zaak is aangegeven. Voorbeelden van onroerende zaken
zijn woningen en bedrijfspanden, inclusief de grond.
Als u eigenaar bent van een woning of eigenaar of gebruiker van een
niet-woning is de WOZ-beschikking op het aanslagbiljet
gemeentelijke belastingen opgenomen.
De Wet WOZ regelt dat de WOZ-waarde vanaf 2007 jaarlijks wordt
vastgesteld. De waarde die van toepassing is voor het jaar 2011
heeft als waardepeildatum 1 januari 2010.
Gebruikersgedeelte ozb woningen
Per 1 januari 2006 is de gebruikersheffing ozb voor woningen
afgeschaft. Gebruikers van wonin-gen ontvangen daarom geen aanslag
ozb. Wij benadrukken nogmaals dat u als gebruiker van een woning
geen fiscaal belang hebt bij de WOZ-waarde van de woning, omdat u
geen aanslag ozb-gebruik ontvangt.
De waardering
De waardepeildatum
In de Wet WOZ staat dat de waarde van alle onroerende zaken bepaald
moet worden op een landelijke uniforme waardepeildatum die één jaar
voor het WOZ-tijdvak ligt. Dit wordt de waardepeildatum genoemd.
Het nieuwe WOZ-tijdvak begint op 1 januari 2011. De waardepeildatum
bij dit tijdvak is dus 1 januari 2010. Dit betekent dat uitgegaan
wordt van de waarde die uw onroerende zaak op 1 januari 2010 had.
Het tot stand komen van de WOZ-waarde van de
woningen
Bij het bepalen van de waarde is uitgegaan van het bedrag dat een
pand zou opbrengen op 1 januari 2010 (dit is de waardepeildatum)
bij een normale verkoop van een niet verhuurde onroerende zaak.
In artikel 17, tweede lid van de Wet WOZ staat het volgende over de
waardering:
‘De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende
zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde
eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de ver-krijger
de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in
volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.’
Bij de waardebepaling van woningen wordt uitgegaan van de “waarde
in het economische ver-keer” op 1 januari 2010. Deze waarde is de
prijs die een redelijk handelende verkoper en een redelijk
handelende koper na een zorgvuldige voorbereiding zouden
overeenkomen bij een veronderstelde verkoop. Dit is de vrije
verkoopwaarde van het pand. Met huur, verhuur, hypotheken en andere
zakelijke rechten (zoals erfpacht) wordt bij de WOZ-waardering geen
rekening gehouden. De woning wordt gewaardeerd alsof u het volledig
eigendom van de woning in handen hebt.
De hertaxatie van de woningen heeft plaatsgevonden in 2010 met
behulp van een model voor geautomatiseerde waardebepaling. Voor het
waarderen wordt gebruikgemaakt van marktgegevens. Marktgegevens
zijn bijvoorbeeld verkoopcijfers en vraagprijzen van woningen. De
gemeente vraagt de verkoopprijzen op bij het Kadaster. De
marktgegevens vormen de basis voor de waardering van woningen. De
gemeente is opgedeeld in “wijken”, de zogenaamde waardegebieden.
Per “wijk” zijn per soort woning ( bijvoorbeeld twee-onder-een-kap,
of appartement) representatieve panden uitgekozen en getaxeerd.
Deze taxatie wordt onderbouwd met marktgegevens, te weten
verkoopcijfers van gelijksoortige woningen. De waarden van de
overige woningen van hetzelfde type binnen de “wijk” worden daarvan
afgeleid, rekening houdend met verschillen in inhoud en oppervlakte
van het object, ligging van het object, etcetera. Het bepalen van
de waarde van woningen is veelal op geautomatiseerde, modelmatige
wijze uitgevoerd. Na het berekenen van de door het geautomatiseerde
model bepaalde taxatiewaarden en de onderbouwing daarvan, is een
nadere controle uitgevoerd op de juistheid van deze gegevens. Het
grootste deel van deze controle heeft met de bij de gemeente
bekende gegevens plaatsgevonden. Verder is een aantal objecten ter
plaatse gecontroleerd. Voor niet-woningen geldt een afwijkende
methode van taxeren.
Het tot stand komen van de WOZ-waarde van de
niet-woningen
Niet-woningen worden gewaardeerd op de waarde in het economische
verkeer of op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Volgens de Wet
WOZ is de hoogste van die twee waarden de WOZ-waarde. Formeel
gesproken moeten voor een niet-woning dus twee waarden worden
bepaald, waarna de gemeente de hoogste kiest als WOZ-waarde.
Meestal is echter van tevoren wel duidelijk welke waarde het hoogst
is. Er hoeven dan geen twee taxaties te worden verricht.
Waarde in het economische verkeer
Bij de waardebepaling voor woningen, winkels, bedrijven en kantoren
wordt uitgegaan van de “waarde in het economische verkeer”. Deze
waarde is de prijs die een redelijk handelende verkoper en een
redelijk handelende koper na een zorgvuldige voorbereiding zouden
overeenkomen bij een veronderstelde verkoop. Bij winkels, bedrijven
en kantoren wordt een andere wijze gebruikt om de waarde te bepalen
dan bij woningen. Bij woningen wordt direct vergeleken met
soortgelijke verkochte woningen terwijl bij bedrijven de zogenaamde
huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt wordt. Winkels, bedrijven
en kantoren worden zelden verkocht maar worden wel frequent
verhuurd: door deze huur te vermenigvuldigen met de
kapitalisatiefactor wordt getracht om de verkoopprijs te benaderen.
Factoren die van invloed zijn op de kapitalisatiefactor zijn
bijvoorbeeld: aanvangsrendement, onderhouds-, verzekerings- en
belastingkosten en het leegstandsrisico.
Gecorrigeerde vervangingswaarde
Niet voor alle soorten onroerende zaken vinden transacties plaats.
Het bepalen van een waarde in het economische verkeer is voor dat
soort objecten daarom moeilijk of onmogelijk. Voorbeelden van dit
soort onroerende zaken zijn ziekenhuizen, scholen en sportgebouwen.
De waarde van deze onroerende zaken wordt bepaald door een
gecorrigeerde vervangingswaarde te berekenen. Dit is de waarde van
het object als het op de waardepeildatum wordt herbouwd met een
vermindering voor technische en functionele veroudering. Technische
veroudering heeft betrekking op de verstreken en resterende
gebruiksduur en de restwaarde van het object. Functionele
veroudering heeft betrekking op de mate waarin het gebouw nog
voldoet aan de functie waarvoor het oorspronkelijk is gebouwd en op
de mate waarin het object voldoet aan het huidige gebruik.
Rijksmonumenten
Een aparte groep onroerende zaken vormen de rijksmonumenten. Deze
moeten volgens de Wet WOZ altijd op de waarde in het economische
verkeer worden gewaardeerd. Niet alleen woningen kunnen
rijksmonument zijn, maar ook niet-woningen.
Zijn wijzigingen aan een pand (verbouw, aanbouw, sloop) van invloed
op de WOZ-waarde?
Wijzigingen (verbouwing, aanbouw, sloop, of andere wijziging aan
het pand) die hebben plaatsgevonden tussen de waardepeildatum en
het begin van het tijdvak (dus in 2010) worden wel altijd
meegenomen bij de beoordeling van de waarde. Daarbij hoeft geen
rekening te worden gehouden met drempels.
Nieuwbouw
Bij een nieuwbouwobject wordt de waarde bepaald door de grondprijs
op te tellen met het percentage gereed aan het begin van het
tijdvak (1 januari van het belastingjaar) vermenigvuldigd met de
bouwkosten. Voorbeeld: een woning is in aanbouw en is op 1 januari
glasdicht. De waarde wordt nu bepaald door de grondwaarde (fictief
€ 100.000,-) op te tellen met 60% van de bouwkosten (zijnde €
200.000,-). De WOZ-waarde is derhalve € 220.000,-. Pas als het
object volledig gereed is zal de waarde in het economische verkeer
worden bepaald zoals hierboven staat beschreven.
Wie controleert de gemeente?
De Waarderingskamer controleert op landelijk niveau de gemeenten.
De Waarderingskamer is een onafhankelijk toezichtsorgaan dat erop
toeziet dat de gemeenten alle panden zorgvuldig waarderen. Voor
meer informatie over de Waarderingskamer kunt u kijken op de
volgende site:
http://www.waarderingskamer.nl/.
Het taxatieverslag
Een van de doelstellingen van de Wet WOZ is duidelijkheid.
Daarom moet een gemeente een belanghebbende inzicht kunnen geven in
de opbouw van de taxatie. Iedereen die een WOZ-beschikking heeft
ontvangen, ontvangt van de gemeente daarom ook een taxatieverslag.
Het taxatieverslag van een onroerende zaak bevat, naast de
aanduiding van het object en de kadastrale gegevens, enkele
kenmerken die van groot belang zijn voor de waardebepaling. Het
taxatieverslag vermeldt de aard van het object, het bouwjaar en de
grootte van het object. Daar-naast wordt melding gemaakt van
bijzondere kenmerken die van belang zijn voor de waardebepa-ling.
Verder geeft het taxatieverslag inzicht in de aansluiting op de
markt. Bij woningen gebeurt dit waar mogelijk door de vermelding
van verkoopprijzen en WOZ-waarden van drie vergelijkbare woningen.
Bij niet-woningen (bedrijven, kantoren, scholen, et cetera) gebeurt
dit door het weerge-ven van de opbouw van de taxatie (huurwaarde en
kapitalisatiefactor of herbouwwaarde en cor-rectiefactoren). Met
behulp van het taxatieverslag kunt u nagaan of de waarde van uw
pand juist is vastgesteld.
U kunt uw taxatieverslag raadplegen op deze site. Het taxatieverslag van uw pand wordt niet aan derden verstrekt.
Hoe u kunt inloggen staat aangegeven op het aanslagbiljet. Burgers kunnen inloggen met DigiD en bedrijven met aanslagnummer en aanslagbedrag. Als u nog geen inlogcode voor DigiD heeft, kunt u deze aanvragen. Hoe u dit moet doen, staat op onze site vermeld. Uitgebreide informatie over DigiD vindt u op de site http://digid.nl/.
Bezwaar maken / niet eens met de WOZ-waarde
Ik ben het niet eens met de waarde van mijn huis die
wordt aangegeven op de WOZ-beschikking. Wat moet ik doen?
Tegen de WOZ-beschikking op het aanslagbiljet kunt u binnen zes
weken na dagtekening van het aanslagbiljet schriftelijk bij de
gemeente bezwaar maken. U moet uw bezwaarschrift richten aan de
heffingsambtenaar van de gemeente Someren, Postbus 290, 5710
AG SOMEREN.
Eisen aan een bezwaarschrift
Het bezwaarschrift moet binnen zes weken na dagtekening van het
aanslagbiljet / de WOZ-beschikking zijn ingediend. De wet stelt een
aantal eisen aan het bezwaar, namelijk:
- Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend. Het is in de gemeente Someren niet mogelijk een bezwaarschrift per e-mail in te dienen.
- Het bezwaar moet uw naam- en adresgegevens bevatten.
- Het bezwaar moet aangeven waartegen bezwaar wordt gemaakt. Vermeld daarom in ieder geval het aanslagnummer en het adres van het object waar het om gaat.
- Er moet in het bezwaar staan waarom u bezwaar maakt (motivering). Waarom bent u het niet eens met de vastgestelde waarde?
- Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn.
Als het bezwaar niet aan de eisen voldoet, kan de ambtenaar die het
bezwaarschrift behandelt u een herstelmogelijkheid bieden. Als u
een herstelmogelijkheid geboden wordt en u voldoet niet of niet
tijdig aan het verzoek tot herstel, dan kan de heffingsambtenaar
het bezwaarschrift op deze formele grond afwijzen
(‘niet-ontvankelijk verklaren’). Dit zal in de uitspraak op het
bezwaarschrift staan.
Wanneer u niet binnen zes weken na de dagtekening van de
beschikking/aanslag bezwaar hebt ingediend, moet de ambtenaar het
bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaren, tenzij u bijzondere
omstandigheden kunt aanvoeren waarom u te laat bent met uw
bezwaarschrift. Als uw bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt
verklaard, wordt het in principe niet verder in behandeling
genomen.
Gevolgen waardeverlaging
Als na bezwaar de waarde wordt verlaagd, werkt de nieuwe
vastgestelde lagere waarde terug tot 1 januari 2011.
Termijn beslissing op het bezwaarschrift/uitspraak
De beslissing op het bezwaarschrift noemen wij uitspraak. De
heffingsambtenaar moet binnen het kalenderjaar uitspraak doen. De
gemeente streeft ernaar zo spoedig mogelijk uitspraak te doen op uw
bezwaarschrift.
Oneens met de uitspraak op het bezwaar: beroep, hoger beroep en
beroep in cassatie
Tegen de uitspraak van de gemeente kunt u beroep aantekenen bij de
rechtbank in ‘s-Hertogenbosch. Als de rechtbank het beroep afwijst,
kan hoger beroep bij het gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch worden
ingesteld. Ten slotte is cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.
Beroep
Bent u het oneens met de uitspraak op het bezwaarschrift? U kunt
dan beroep bij de rechtbank instellen. U moet dat doen bij de
sector bestuursrecht van de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch binnen
zes weken na de dagtekening van de uitspraak van de
heffingsambtenaar van de gemeente Someren. Voor het beroepschrift
gelden dezelfde eisen als voor het bezwaarschrift. Daarnaast moet u
een kopie van de uitspraak op het bezwaarschrift meesturen. U kunt
ook pro forma beroep instellen. In dat geval moet u op een later
moment uw motivering naar de rechtbank opsturen.
Voor het indienen van een beroepschrift bent u griffierecht
verschuldigd. Voor WOZ- en belas-tingzaken is dit vanaf 1 januari
2011 € 41,-- wanneer u als natuurlijk persoon beroep instelt. Voor
niet-natuurlijke personen, bijvoorbeeld een nv of bv, bedraagt het
griffierecht per 1 januari 2011 € 302,--.
Nadat de gemeente het beroepschrift van de rechtbank heeft
ontvangen, heeft zij vier tot acht weken de tijd een verweerschrift
op te stellen. U krijgt van de rechtbank een kopie van het
verweerschrift. Als u daarop wilt reageren, kan dat. U moet de
rechtbank dan vragen om een zogenaamde conclusie van repliek in te
mogen dienen. De gemeente kan daar weer op reageren met een
conclusie van dupliek. Zo geldt steeds het beginsel van hoor en
wederhoor. Uiterlijk drie weken van tevoren ontvangt u van de
rechtbank een uitnodiging voor de zitting. Tot tien dagen voor de
zitting kunt u nog nadere stukken indienen.
Hoger beroep
Op 1 januari 2005 is een nieuwe wet in werking getreden die het
mogelijk maakt om na het beroep binnen zes weken hoger beroep in te
stellen. Na de uitspraak door de rechtbank kan bij het gerechtshof
in ‘s-Hertogenbosch hoger beroep worden ingesteld. Het hoger beroep
kan zowel door u als door de gemeente worden ingesteld. Ook
hiervoor gelden weer dezelfde eisen als voor het bezwaarschrift.
Voor het indienen van een beroepschrift bent u griffierecht
verschuldigd. Voor WOZ-zaken is dit vanaf 1 januari 2011 € 112,--
wanneer u als natuurlijk persoon beroep instelt. Voor
niet-natuurlijke personen, bijvoorbeeld een nv of bv, bedraagt het
griffierecht vanaf 1 januari 2011 € 454,--. Na ontvangst van het
beroepschrift kan binnen vier weken door de andere partij een
verweerschrift worden ingediend. Na het verweerschrift kunnen
eventueel conclusies van repliek en dupliek naar het gerechtshof
worden gezonden. Uiterlijk drie weken van tevoren ontvangt u van
het gerechtshof een uitnodiging voor de zitting. Tot tien dagen
voor de zitting kunt u nog nadere stukken indienen.
Beroep in cassatie
U of de gemeente kan, als u het niet eens bent of de gemeente het
niet eens is met de uitspraak in hoger beroep, binnen zes weken
beroep in cassatie bij de Hoge Raad indienen. Het beroepschrift in
cassatie moet ook voldoen aan een aantal eisen, zoals naam en
adresgegevens, aangeven waartegen beroep wordt ingesteld, waarom
beroep wordt ingediend (motivering) en ondertekenen. Er kan alleen
beroep in cassatie worden ingesteld wanneer de uitspraak van het
gerechtshof niet voldoet aan bepaalde rechtsregels of als een
vormvoorschrift is geschonden. Met toestemming van de andere partij
kunt u in bepaalde gevallen ook beroep in cassatie instellen tegen
een uitspraak van de rechtbank.