Toespraak Dodenherdenking door burgemeester Dilia Blok

burgemeester en griffier tijdens herdenking

Namens het gemeentebestuur wil ik u danken voor uw inzet, betrokkenheid en toewijding bij de organisatie van de dodenherdenking op 4 mei 2026. Dankzij uw gezamenlijke inspanningen is deze herdenking op waardige en respectvolle wijze verlopen.

Uw bijdrage heeft ervoor gezorgd dat we samen konden stilstaan bij de slachtoffers van oorlog en geweld, en het belang van vrijheid en vrede opnieuw hebben kunnen onderstrepen. Dat is van onschatbare waarde voor onze gemeenschap.

De herdenkingstoespraak heeft inmiddels plaatsgevonden en is hieronder terug te lezen:


Geachte aanwezigen,

Vandaag staan we samen stil bij de mensen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van alle oorlogen, conflicten en vredesmissies waarbij Nederland betrokken is geweest. 

We denken aan de verschrikkingen van de holocaust, aan de miljoenen mensen die zijn omgekomen in concentratiekampen, aan de burgers die omkwamen door oorlogsgeweld en aan de ontelbare Nederlandse en geallieerde soldaten die sneuvelden in de strijd. 

We mogen niet vergeten wat anderen hebben gedaan om ons de vrijheid terug te geven. We mogen niet stoppen met het doorgeven van de verhalen;  over nietsontziende wreedheid, ondraaglijk leed, angst en pijn, maar óók over ongekende moed, veerkracht en overlevingsdrang. Eén keer per jaar doen we dat samen, op hetzelfde moment, in heel Nederland, verbonden in dankbaarheid

Verhalen van vroeger, verhalen van de oorlogstijd. Het is belangrijk om deze te blijven vertellen en begrijpen. Wie het verleden niet kent, begrijpt het heden niet. Generaties groeien op zonder besef wat het betekent om te leven onder een bezetter of strijd te moeten leveren voor je vrijheid. 

Dit jaar is het thema van de Nationale dodenherdenking: 

“De geschiedenis begrijpen”. 

Een thema dat ons uitnodigt om onze eigen gedachten te vormen over bekende en onbekende verhalen. Want de laatste ooggetuigen van de oorlog zijn op hoge leeftijd. Binnenkort kunnen zij ons persoonlijk niet meer vertellen over de overrompeling, het lijden en de keuzes waarvoor zij werden gesteld. We zullen het moeten doen met wat zij hebben nagelaten: hun getuigenissen, hun waarschuwingen, hun lessen. 

De Tweede Wereldoorlog was er niet van het één op andere moment. Het begon jaren ervoor met woorden, met wij-zij-denken dat opschoof richting ontmenselijking. Joden, Roma en Sinti werden vergeleken met ongedierte. Zo werd stap voor stap een nieuwe werkelijkheid gecreëerd.

Als we de geschiedenis willen begrijpen, zien we hoe ingewikkeld de werkelijkheid kan zijn. We moeten de urgentie van leren blijven erkennen, zodat we blijven hérkennen wanneer uitsluiting en ontmenselijking opnieuw de kop opsteken.

Daarom raakt het mij dat ik afgelopen week iets bijzonders hebben mogen ontvangen: een nakomeling van de kastanjeboom waar Anne Frank vanuit het Achterhuis naar keek.

Anne Frank werd in 1929 geboren in Frankfurt. Door het opkomende nazisme dat Joden de schuld gaf van de problemen in Duitsland, vluchtte haar familie naar Amsterdam om daar een nieuw leven op te bouwen. Anne voelde zich snel thuis, ze leerde de taal, maakte vriendinnen en ging naar school. 

Maar ná de Duitse bezetting in 1940 werden de regels voor Joden steeds strenger. Toen haar oudere zus Margot in 1942 werd opgeroepen voor “werk” in Duitsland, dook de familie Frank onder in het Achterhuis;  een kleine en geheime ruimte achter het bedrijf van Otto Frank, waar het leven stil, krap en vaak angstig was.

Tijdens het onderduiken schreef Anne in haar dagboek dat ze voor haar dertiende verjaardag had gekregen. Ze schreef over haar leven, haar gevoelens en haar dromen. Dat dagboek werd na de oorlog wereldberoemd en maakte Anne Frank een symbool van hoop en menselijkheid tijdens een donkere periode in de geschiedenis.

De Kastanjeboom beschreef zij in haar dagboek als een teken van leven, van lucht, van hoop. Voor haar, opgesloten in het Achterhuis, was dat uitzicht een herinnering aan een wereld die nog bestond — een wereld waar zij naar verlangde. 

In de ruim twee jaar dat Anne Frank in het Achterhuis zat ondergedoken begon de natuur en haar verlangen naar vrijheid een steeds grotere rol te spelen. Vanuit het niet geblindeerde zolderraam kon Anne de lucht, de vogels en de kastanjeboom zien. In haar dagboek schrijft ze drie keer over de boom, de laatste keer op 13 mei 1944. 

In augustus 1944 worden de onderduikers ontdekt en gearresteerd. Anne overleed in februari 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen aan uitputting en ziekte.

Dat jonge boompje wat hier nu staat, dat wij hier in Someren gaan planten, staat niet alleen symbool voor herinnering, maar ook voor een opdracht. Een opdracht om alert te blijven. Om onze democratische waarden te beschermen. Om niet weg te kijken wanneer anderen worden buitengesloten. Om het verleden levend te houden.

Om acht uur, waren we twee minuten stil. In die stilte herdachten we de slachtoffers van toen. Maar in diezelfde stilte dacht ik ook aan onze verantwoordelijkheid van nu. 

We hebben de opdracht om te blijven zien, te blijven spreken, te blijven beschermen en te blijven herdenken.

Moge dit jonge boompje groeien tot een sterke, trotse kastanje.

En moge het ons eraan blijven herinneren dat vrijheid begint bij waakzaamheid — en bij de moed om menselijkheid voorop te zetten.

Ik dank u.

Dilia Blok
burgemeester