Overlastgevende soorten

In Someren leven veel diersoorten. De meeste soorten zijn gewenst en maken onderdeel uit van onze biodiversiteit. Soms ontstaat er overlast of ontstaat er een risico voor gezondheid, veiligheid of schade. Dat hangt vaak samen met voedsel, schuilplaatsen en omstandigheden in de omgeving. Preventie is daarom altijd de belangrijkste eerste stap.

Op deze pagina leest u:

  • Wat u zelf kunt doen;
  • Wanneer u een melding kunt doen;
  • Wanneer de gemeente optreedt;
  • Wanneer u zelf verantwoordelijk bent;
  • Waar u betrouwbare informatie per diersoort vindt.

Een enkele rat, muis of wesp betekent niet automatisch dat bestrijding nodig is. We kijken altijd naar risico’s voor de omgeving en naar mogelijke oorzaken. Bestrijding zonder preventie heeft vaak een tijdelijk effect. Goed om te weten: plaagdieren houden zich niet aan perceelgrenzen.

Ziet u ratten, muizen, wespen, een mogelijk hoornaarnest of andere dierlijke overlast? Meld dit dan bij voorkeur altijd, ook als het op particulier terrein is.

De gemeente bestrijdt niet automatisch op particulier terrein. Toch is uw melding belangrijk. Meldingen helpen om een completer beeld te krijgen van wat er in een straat, buurt of wijk speelt. Meerdere meldingen in dezelfde omgeving kunnen wijzen op een bredere oorzaak, zoals:

  • afval of voedselresten
  • openingen in gebouwen
  • schuilplaatsen in groen of tuinen
  • problemen met riolering of water
  • bouwkundige gebreken
  • terugkerende overlast bij meerdere adressen

Na uw melding beoordeelt de gemeente of er aanleiding is voor advies, onderzoek of maatregelen in de openbare ruimte.

De gemeente heeft een rol in de openbare ruimte en bij situaties waarbij risico’s kunnen ontstaan 

voor gezondheid of veiligheid. Bijvoorbeeld bij:

  • overlast in de openbare ruimte (parken, plantsoenen, speelplaatsen)
  • wespen- en hoornaarsnesten op of direct bij kwetsbare locaties (scholen, zorginstellingen)
  • situaties waarbij sprake is van een verhoogd risico voor volksgezondheid
  • signalering van invasieve exoten (zoals de Geelpoot hoornaar en Japanse duizendknoop)

We werken samen met Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD). Het KAD geeft onafhankelijk en deskundig advies over hoe u ongedierte kunt voorkomen en zo nodig bestrijden.

Overlastgevende dier- en plantsoorten

Melden knaagdier

Eeuwenlang heeft de mens met allerlei middelen getracht om de rat uit te roeien. De rat is er echter nog steeds en zal nooit volledig verdwijnen. Dat is niet erg, want de rat maakt ook deel uit van ons ecosysteem. Wij moeten echter voorkomen dat ratten fors in aantal toenemen en een probleem gaan vormen. Veel mensen moeten er niet aan denken om een rat tegen te komen. Toch bestaat die kans, u kunt ze zelfs in huis krijgen. Om dat te voorkomen zijn preventieve maatregelen belangrijk. Want voorkomen is beter dan bestrijden.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt overlast voorkomen door:

  • Voedselbronnen te beperken (geen etensresten buiten, dierenvoer afschermen);
  • Afval goed afgesloten aan te bieden (containers en zakken dicht);
  • (zwerf)afval op te ruimen in en rond woning, tuin of bedrijf;
  • Schuilplaatsen te verminderen (rommelhoeken, open kruipruimtes, openingen onder schuren);
  • Bij twijfel tijdig te melden en, indien mogelijk, een foto mee sturen.

Wanneer melden?

  • Als u regelmatig ratten ziet;
  • Als u ratten ziet bij afval, speelplekken, scholen of openbaar groen;
  • Als meerdere adressen in de straat overlast ervaren;
  • Als u holen, knaagschade of uitwerpselen ziet.

Kosten

  • Openbare ruimte: meestal beoordeling en aanpak door KAD;
  • Particulier terrein: meestal voor rekening van eigenaar of gebruiker maar meld wel altijd ook bij de KAD.

Meer info over rattenbestrijding vindt u in onderstaande linkje:

 

Melden: Melding woon- en leefomgeving

De gemeente beheert processierupsen sinds 2024 ecologisch. Dat betekent dat in de gehele gemeente Vlinderfilterhotels hangen om de natuurlijke vijanden (o.a. sluipwespen en sluipvliegen) van de processierups te ontwikkelen. Preventieve bestrijding met bacteriepreparaten vinden dan ook niet meer plaats. Wel wordt eventuele overlast van nesten weggezogen. 

Wat kunt u zelf doen?

  • Een nest vlak bij uw huis? Houd ramen en deuren zoveel mogelijk dicht. Zo voorkomt u dat de haren in huis terecht komen.
  • Draag bedekkende kleding, zo voorkomt u dat uw huid in contact komt met de haren.
  • Heeft u in uw eigen boom ook een nest zitten? U kunt voorzichtig lijmspray of haarlak spuiten op het nest. Hierdoor blijven de haren van de rupsen aan elkaar plakken en wordt de overlast minder. Let op met het benaderen van het nest! Draag beschermende kleding, bescherm uw ogen met een veiligheidsbril en zorg dat uw huid niet in contact komt met de haren van de rupsen.
  • Breng nestkastjes aan in uw tuin voor onder andere koolmees, pimpelmees en boomklever. Deze vogelsoorten eten de eikenprocessierupsen op. Op korte termijn biedt dit geen oplossing, maar voor de toekomst draagt dit wel bij aan vermindering van de rupsenoverlast.

Als u processierupsen ziet, meldt u dit bij de Uitvoeringsdienst Openbare Ruimte Asten-Someren via bovenstaande meldingsknop.

Meer info over processierupsen:

Melden: Melding woon- en leefomgeving

In onze gemeente komt de Geelpoot Hoornaar voor (voorheen Aziatische hoornaar). Deze uitheemse wespensoort verspreidt zich snel en vormt een risico voor biodiversiteit, met name voor honingbijen en andere bestuivende insecten. De aanpak van de Geelpoot hoornaar vraagt om samenwerking tussen gemeente én inwoners. Juist in het voorjaar kunt u daarbij een belangrijke rol spelen.

Waarom het opsporen van primaire nesten zo belangrijk is

Tussen maart en eind mei bouwen overwinterde koninginnen een eerste, klein nest. Dit noemen we een primair nest.

Dit nest:

  • is rond en papierachtig;
  • is in het voorjaar meestal niet groter dan een pingpongbal tot tennisbal;
  • hangt vaak beschut onder een overkapping, in een schuur, carport,
    tuinhuisje of onder dakranden.

In deze fase bestaat het nest vaak nog uit één koningin en enkele werksters. 

Wanneer dit nest niet wordt gevonden, kan het volk in de zomer uitgroeien tot honderden hoornaars en wordt later hoog in een boom een groot secundair nest gebouwd.

Het vroegtijdig opsporen van een primair nest voorkomt:

  • verdere verspreiding in de omgeving
  • grote nesten in de zomer
  • hogere risico’s en complexere bestrijding

Juist in deze vroege fase kunt u het verschil maken door een primair nest direct te melden.

Niet zelf verwijderen

Denkt u een nest van de Geelpoot hoornaar te hebben gevonden? Meld dit bij de gemeente Someren via (0493) 494 888 (KCC) of mail naar gemeente@someren.nl. Vermeld uw naam, adres en telefoonnummer.

Een imker van de bijenhouders vereniging neemt binnen twee werkdagen contact met u op. Als het inderdaad om de Geelpoot hoornaar gaat, wordt het nest veilig verwijderd. Ga nooit zelf aan de slag.

Zomernesten

Grote zomernesten worden alleen weggehaald als ze gevaar opleveren voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld bij scholen, speeltuinen of drukke wandelroutes. De gemeente schakelt dan een gespecialiseerd bedrijf in. Melding kan gemaakt worden via bovenstaande meldingsknop.

Soort nestKenmerkenPeriodeGrootte
Primair nestKlein, bolvormig, vaak in gebouwen of lage beschuttingmaart-meiTennisbal tot grapefruit
Secundair nestGroot, meestal hoog in bomenvanaf juniKan duizenden hoornaars bevatten

Let op: niet elke grote wesp is de Geelpoot hoornaar

In Nederland komt ook de Europese hoornaar voor. Dit is een inheemse soort die niet wordt bestreden. 

Twijfelt u of u een Aziatische of Europese hoornaar ziet? Maak altijd een duidelijke foto en meld uw waarneming. De gemeente beoordeelt de melding.Globaal verschil: 

Aziatische hoornaar 

  • overwegend donker lichaam 
  • geel uiteinde aan de poten 
  • eén brede oranje band op het achterlijf 

Europese hoornaar 

  • meer geel op het achterlijf 
  • roodbruine tint op kop en borststuk

Meer informatie

Melden: Melding woon- en leefomgeving

Wespen zijn nuttige insecten. Ze vangen andere insecten en zijn onderdeel van de natuur. Een wespennest hoeft niet altijd bestreden te worden.

Wat kunt u zelf doen?

  • Blijf uit de buurt van een nest;
  • Sluit zoete dranken en voedsel buiten goed af;
  • Probeer een nest niet zelf te verwijderen;
  • Schakel bij risico een deskundige bestrijder in.

Wanneer melden?

  • Bij een nest op of bij een school, speelplaats, zorglocatie of andere kwetsbare locatie;
  • Bij een nest in de openbare ruimte;
  • Bij twijfel over de soort, bijvoorbeeld mogelijke Geelpoothoornaar (Aziatische hoornaar).

Bevindt het wespen- of bijennest zich op uw eigen grond? Dan kunt u contact opnemen met:

  • de heer J. Verhoeven, telefoon (06) 24 22 60 09
  • de heer Van Bree, telefoon (06) 34 12 56 86
  • de heer A. van den Biggelaar, telefoon (06) 22 37 22 67 (Lierop)
  • Peter Maas Plaagdierbeheersing, telefoon (06) 15 56 85 57

De kosten zijn voor eigen rekening.

Meer informatie:

 

Wat is een steenmarter?

De steenmarter is een slank, katachtig roofdier, dat in Nederland veel voorkomt.

  • Lengte; 40-50 cm (staart 20-25 cm)
  • Kleur; bruin met witte bef op de borst
  • Actief; voor ‘s nachts
  • Voedsel; muizen, ratten, vogels, eieren, insecten, fruit

Steenmarters zijn beschermde dieren! Ze mogen niet gedood, gevangen of verjaagd worden zonder vergunning van de provincie.

Waarom komen steenmarters bij huizen?

Steenmarters zoeken warme, veilige plekken om te rusten of jongen groot te brengen. Ze worden aangetrokken door; warmte, voedselresten en toegankelijke openingen in gebouwen. Veel voorkomende plekken:

  • Zolders
  • Spouwmuren
  • Schuren
  • Auto’s (vooral motorruimtes) 

Hoe herken je de aanwezigheid van een steenmarter?

Let op de volgende signalen;

  • Krabbende of rennende geluiden op zolder of in het plafond;
  • Sterke geur (steenmarters marken hun territorium);
  • Uitwerpselen: langwerpig, gedraaid, vaak met pitjes of haren;
  • Schade; isolatiemateriaal kapot, kabels doorgebeten, rommelige nesten;
  • Pootafdrukken: vijf tenen, vaak te zien op auto’s of venstersbanken.

Wat zegt de wet?

De steenmarter is beschermd onder de Wet Natuurbescherming Dit betekent:

  • niet doden
  • niet vangen
  • niet verjagen zonder vergunning
  • geen nesten verstoren tijdens het voortplantingsseizoen

Overtredingen kunnen leiden tot hoge boetes.

Steenmarters en auto’s

Steenmarters kruipen graag in warme motorruimtes. 

Risico’s:

  • doorbijten van kabels
  • beschadiging van isolatie
  • storingen of motorproblemen

Tips:

  • parkeer zo mogelijk binnen
  • gebruik een marterwerend rooster onder de auto
  • vermijd voedselresten of geurbronnen in de buurt

Hoe voorkom je overlast?

Omdat steenmarters beschermd zijn, draait preventie om weren, niet om bestrijden.

Toegangen afsluiten:

  • Dicht gaten groter dan 5 cm;
  • Plaats fijnmazig gaas bij ventilatieopeningen;
  • Controleer dakpannen, nokvorsten en boeidelen.

Maak de omgeving minder aantrekkelijk:

  • Geen voedsel buiten laten liggen;
  • Snoei klimplanten die toegang tot dak geven;
  • Ruim rommelige schuren op;

Geluid en licht:

Steenmarters houden niet van:

  • felle lampen
  • hard geluid
  • trillingen

Er bestaan speciale marterverjagers (geluid/trillingen), maar effect verschilt per situatie.

Wat te doen als er al een steenmarter binnen zit?

  • Controleer of er jongen zijn (april/augustus). Verwijderen of afsluiten is dan verboden.
  • Laat het dier zelf vertrekken. Zet tijdelijk licht of geluid aan op zolder.
  • Sluit pas af als je zeker weet dat het dier weg is. Ander kan het dier opgesloten raken en sterven.
  • Schakel een professional in. Erkende marterpreventiebedrijven kunnen advies geven.

Waar kun je terecht voor hulp?

  • gemeente (advies over regelgeving)
  • erkende marterpreventiebedrijven
  • natuurorganisaties voor informatie

Samen leven met de steenmarter

Hoewel steenmarters soms overlast veroorzaken, spelen ze een belangrijke rol in de natuur. Met goede preventie kun je schade voorkomen en toch ruimte laten voor dit bijzondere dier.

Meer info kijk op onderstaande websities:

De vleermuis zijn wettelijke beschermde dierensoort waarbij met overlast niet direct maatregelen kunnen worden ondernomen. Op de website van het Brabantslandschap vindt u meer informatie over de vleermuis. Hierin staat precies vermeld wat u kunt doen.

Algemene informatie over vleermuizen kunt u lezen op www.vleermuis.net

Melden: Melding woon- en leefomgeving

De Japanse duizendknoop is een invasieve plant die in de gemeente voor grote problemen kan zorgen. Deze soort groeit snel en verdringt andere planten, waardoor de biodiversiteit onder druk komt te staan.

De plant kan daarnaast schade veroorzaken aan infrastructuur. Door het sterke en diepe wortelstelsel kunnen kabels en leidingen, wegen, funderingen en andere constructies worden aangetast. Dit kan leiden tot hoge herstelkosten en risico’s voor de openbare ruimte.

Wat de bestrijding extra lastig maakt, is dat de wortelstokken:

  • Diep en uitgebreid groeien in de bodem
  • Hard en taai zijn, waardoor ze moeilijk te verwijderen zijn
  • Lang kunnen overleven, zelfs onder ongunstige omstandigheden
  • Makkelijk opnieuw uitlopen, zelfs uit kleine resten

Hierdoor kan de plant zich snel verspreiden, bijvoorbeeld via grondverzet of werkzaamheden.

Aanpak door de gemeente

De gemeente Someren heeft een speciaal protocol opgesteld. Dit is gericht op:

  • Het voorkomen van verdere verspreiding
  • Het zorgvuldig omgaan met besmette grond
  • Het gericht en effectief bestrijden van bestaande groeiplekken

Wat kunt u doen?
 

Ziet u Japanse duizendknoop in uw omgeving? Meld dit dan bij de gemeente. Voorkom verspreiding door geen grond, plantenresten of snoeiafval van besmette plekken te verplaatsen.

Samen kunnen we de schade en verspreiding van Japanse duizendknoop beperken.

Knolcyperus is een hardnekkige, invasieve plant die in de gemeente voor veel overlast kan zorgen. De plant verspreidt zich via kleine knolletjes in de bodem en is daardoor lastig te bestrijden.

De belangrijkste gevolgen zijn:

  • Schade aan groen en gewassen: knolcyperus concurreert sterk met andere planten om water, licht en voedingsstoffen.
  • Snelle verspreiding: via grondverzet, machines en werkzaamheden kan de plant zich gemakkelijk uitbreiden naar andere locaties.
  • Moeilijke bestrijding: de knolletjes kunnen jarenlang in de bodem overleven, waardoor de plant steeds terugkomt.
  • Hogere beheerkosten: bestrijding vraagt om extra maatregelen en langdurige aandacht, wat leidt tot meer werk en kosten.

De gemeente zet zich in om verspreiding tegen te gaan en vraagt ook inwoners en bedrijven om alert te zijn en besmetting te voorkomen.